Adaptieve vaardigheden zorgen voor minder boosheid en frustratie

Je hebt zin in een stroopwafel, maar de trommel blijkt leeg. Het is tijd om het eten klaar te maken en er staat ineens visite voor de deur. De meeste mensen kunnen zich gedurende de dag zonder al te veel problemen aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Voor kinderen met een communicatief meervoudige beperking (CMB) is dat een stuk lastiger. Het overzicht ontbreekt, waardoor ze een verandering niet zien aankomen of niet begrijpen. Vaak leidt dit tot boosheid of frustratie, maar het kan er ook voor zorgen dat het kind volledig passief wordt.

Kinderen met CMB hebben extra duidelijkheid nodig: structuur en patronen. Als er een verandering plaatsvindt, hebben ze vaak geen idee wat er aan de hand is. Het overkomt ze. “En als je niet weet wat er gebeurt, is het lastig om er iets mee te doen”, zegt behandelcoördinator Quirine Plaizier. Ze ziet bij Milo dagelijks kinderen met problemen in de adaptieve vaardigheden. “Veel van onze cliënten hebben problemen op dit gebied. Bij zich normaal ontwikkelende kinderen is dat ook nog volop in ontwikkeling.”

Beter omgaan met veranderingen

“Adaptatie is het vermogen om je aan te passen aan je omgeving en wat daarin gebeurt, en aan wat er van je gevraagd wordt. Een kind kan regie krijgen op veranderingen door het inzetten van  communicatie ondersteunende (hulp)middelen zoals een liedje, een (concrete) verwijzer of een pictogram.”

De behandelaars van Milo leren kinderen om met die hulpmiddelen om te gaan zodat zij hun adaptieve vaardigheden kunnen ontwikkelen. De manier waarop verschilt per kind. “Door adaptieve vaardigheden aan te leren, kunnen kinderen met CMB beter omgaan met onvermijdelijke dagelijkse veranderingen.”

Meer grip en regie

Het verbeteren van de adaptieve vaardigheden is belangrijk. Door adaptieve vaardigheden weet het kind beter weet wat er gaat gebeuren en het kind krijgt meer grip en regie over de eigen situatie. Hierdoor kan het kind op niveau van zijn mogelijkheden communiceren. 

Vaak bestaat er het idee dat een kind met een CMB niet zelf kan kiezen. De omgeving kiest dan voor hem of haar. "Als een kind in staat is om veranderingen te begrijpen en daarop te anticiperen, kan het ook vaker zelf keuzes maken. Door het aanpassingsvermogen ontstaat dus regie en daardoor invloed op de omgeving. Wat overigens niet betekent dat het kind altijd gelijk heeft, of zijn zin moet krijgen.

Door zelf keuzes te maken, wordt het kind meer eigenaar van zijn eigen situatie in plaats van dat het hem allemaal overkomt. Dat resulteert in minder boosheid en frustratie en dat is beter voor het kind en zijn omgeving.”

Samen werken

Het verbeteren van het aanpassingsvermogen begint bij heel goed kijken naar wat er bij een kind gebeurt, vertelt Quirine.

“We gaan ook in gesprek met de ouders en met school. Waarop zetten we in? Wat is het advies vanuit het Communicatie Competentie Profiel? We oefenen met het kind, coachen de ouders en betrekken het hele netwerk.

En we blijven in gesprek: halen we de doelen, wat werkt er wel en wat niet? Soms gaan er dingen beter dan verwacht en moet je daarop anticiperen zodat het kind verder kan. 

Het bieden van inzicht aan de ouders is belangrijk, want als ze eenmaal doorhebben hoe het werkt, dan gaan ze ermee aan de slag en komen zij samen met hun kind  in een positieve spiraal."

Rust en ruimte

Het aanleren van adaptieve vaardigheden moet je systematisch aanpakken op individueel niveau, legt Quirine uit.

“Je moet er rekening mee houden dat het kind de vaardigheden niet alleen thuis nodig heeft. Je kunt bijvoorbeeld ook in de klas oefenen. Daarnaast is het belangrijk om veel te herhalen. Hulpmiddelen zoals liedjes, picto’s, foto’s (in combinatie met) een spraakknop of spraakcomputer spelen een belangrijke rol. Als een kind zelf een knop kan indrukken in zijn spraakcomputer, dan heeft hij zelf de regie.”

Volgens Quirine is er op veel scholen wel aandacht voor de noodzaak om te oefenen, maar is het daar vaak niet mogelijk om op individueel niveau te werken.

“De ideeën zijn er wel, maar meestal gebeurt het oefenen klassikaal of maar één keer per dag. Terwijl de meeste van deze kinderen leren door herhaling. Of voor alle kinderen in een klas of school wordt dezelfde aanpak toegepast, terwijl een individuele aanpak beter is. Je ziet dat er resultaten komen als we samen thuis en in de klas op dezelfde manier aan adaptieve vaardigheden werken. En dat geeft weer rust en ruimte in het gezin, omdat veel boosheid en frustratie bij het kind verdwijnt. Het gaat vaak in kleine stapjes vooruit en elk stapje is een succeservaring.”

Overzicht

Quirine noemt de vijfjarige Daan als voorbeeld. “Daan heeft veel communicatiedrang maar het lukte hem onvoldoende om zich te uiten. Hij vertoonde veel bonkgedrag en kon erg boos worden. Door hem te filmen, brachten we in beeld wanneer dat plaatsvond. Dat was vooral als er iets niet ging zoals hij het wilde, als hij niet begreep wat er gebeurde en als hij moest wachten. Zijn ouders hadden de neiging om hem veel toe te spreken, rustig en goedbedoeld, maar hij kon er niets mee. Hij begreep alle gesproken taal niet. Dat leidde tot veel frustratie en boosheid. Hij kreeg ook weinig keuzes aangeboden. Wij zijn aan de slag gegaan met de Widgit Go - NL app, verwijzers en liedjes, zodat hij weet wat er komt. Dat geeft hem overzicht. Nu is hij zo ver dat hij met de afbeeldingen in zijn Widgit Go - NL app kan aangeven wat hij wil. Hij weet nu wat er gebeurt en blijft ontspannen. Onlangs is hij met zijn ouders naar de stad geweest. Eerder kon dat niet, nu wel. Vooral door de inzet van de spraakknop met een wachtliedje weet hij nu wat er van hem verwacht wordt als zijn ouders even hun ding doen.”

Ondersteunde communicatie speelt in de ontwikkeling en de stimulatie van adaptieve vaardigheden een grote rol omdat de behandelaar samen met het sociale netwerk en het kind in kaart brengt welke hulpmiddelen bij het kind passen: picto’s, liedjes, een planbord met concrete verwijzers of een spraakcomputer. “Of een combinatie hiervan, zolang het maar past bij het kind. Gesproken taal is vaak te vluchtig voor een kind met CMB.” Dankzij ondersteunde communicatie ontdekt het kind zijn omgeving en creëert overzicht door de hulpmiddelen waarmee hij zich makkelijker aanpast of regie kan nemen. Daan was bijvoorbeeld in eerste instantie erg op zijn eigen lichaam georiënteerd. Nu hij zijn omgeving meer en meer ontdekt, rijdt hij zelfstandig rond met zijn rolstoel. “Het overzicht dat hij had in de oude situatie is daardoor wel ineens weg. Hij reed laatst met zijn stoel de gang in van school. Normaal zijn daar ook andere kinderen, maar iedereen was al weg. Daar schrok hij erg van, hij was het overzicht kwijt. Dat is niet leuk, maar het is ook onderdeel van het leerproces. Zijn wereld wordt immers groter. Hij liet zich goed troosten en ging opnieuw op onderzoek uit. Voor Daan is dat echt een stap vooruit.”

Gerelateerde Berichten