Sherborne: bewegingen ervaren om beter te communiceren

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Maria en Inge geven samen Sherborne lessen aan de KLIN© groep in Schijndel. Inge: “Je kan begrippen pas leren als je ze hebt ervaren. Als je weet wat je met je lichaam kan doen en hoe je lichaam zich in de omgeving bevindt.”

Maria Moonen is OC-logopedist en Inge Hanssen is OC-kinderfysiotherapeut. Sinds 2016 geven zij twee keer per week Sherborne lessen aan de KLIN© groep. Samen vertellen zij hoe belangrijk Sherborne lessen zijn voor kinderen met communicatief meervoudige beperkingen (CMB). Maria: “Als je een kind met CMB een taal wilt leren, dan moet je niet alleen gesproken taal aanbieden. Bij Sherborne pak je het totaalplaatje aan en dat begint met vertrouwen in je eigen lichaam en de ruimtelijke oriëntatie.

Sherborne is opgebouwd uit drie pijlers. Maria: “Het belangrijkste is het lichaamsbesef, dat is dat je je bewust bent van je lichaam. Daarnaast gaat het over de ruimte waar je je in bevindt. Hoe sta ik zelf in de ruimte of hoe kan ik bewegen in een ruimte? Het ene kind begint meteen te rennen in een gymzaal terwijl het andere kind tegen een muur aankruipt en niet weet wat het met zo’n ruimte aan moet.” Ook wordt er tijdens Sherborne gewerkt aan de relaties met andere mensen. Maria: “Zowel met andere kinderen als met volwassenen. Het samenwerken speelt een grote rol bij Sherborne.

“Er is ruimte voor spontaniteit, dat is de kracht van Sherborne”

De volgorde van oefeningen tijdens een Sherborne les maakt niet veel uit, maar er is wel een vaste opbouw tijdens een les. Inge: “Ieder kind heeft in het KLIN© Atelier zijn of haar eigen huisje. Van daaruit worden de kinderen verwezen naar de gymhoek. Vervolgens gaan de kinderen bij hun ouders op schoot zitten, dat is de veilige haven. Het kind kan altijd terugkeren naar deze veilige haven als er bijvoorbeeld een nieuwe oefening is uitgevoerd en er nieuwe prikkels en ervaringen verwerkt moeten worden.

De kinderen beginnen met het ervaren van hun lichaam. “Voel eens aan je buik en waar zitten je benen? We beginnen heel klein”, vertelt Inge. Vervolgens komen de kinderen uit het huisje om te starten met de oefeningen. “Ik laat dan een kaart zien waarop staat welke oefening we gaan doen.” Vaak begint de les met rollen, dit is een basisoefening. “Vanuit het rollen breiden we het uit naar bijvoorbeeld evenwichtsoefeningen, maar ook oefeningen als kruipen en paardje rijden op de rug van de ouders.

Soms kruipt een kind tijdens zo’n oefening vanzelf onder de ouder door. “Als dit gebeurt, pakken we zo’n moment aan door een Taal Activiteiten Kaart (TAK) met pictogrammen te laten zien: wat is op en wat is onder? Op deze manier pak je de taal er meteen bij”, legt Maria uit.

De oefeningen worden met pictogrammen aangekondigd zodat voorspelbaar wordt wat er gaat gebeuren. Maria: “We werken met visuele ondersteuning, dit is een aanvulling op de originele Sherborne technieken.” Met de pictogrammen ‘klaar’ en ‘nog een keer’ kunnen kinderen aangeven of ze een activiteit willen herhalen of willen stoppen. Kinderen mogen zelf (leren) kiezen waardoor er flexibiliteit is in de volgorde en duur van de oefeningen. Er is ruimte voor spontaniteit, dat is de kracht van Sherborne. Dit betekent niet dat alle kinderen tijdens een les door elkaar kunnen rennen. “We houden wel de regie tijdens de les”, laat Maria weten.

Er worden niet veel materialen gebruikt tijdens een Sherborne les. “Soms een laken waar ze zich onder kunnen verstoppen of een tunnel waar ze doorheen kunnen kruipen, en natuurlijk de matjes waar ze de oefeningen op doen”, vertelt Inge. Daarnaast wordt er ook gedanst op muziek tijdens de lessen. Maria: “Je oefent zoveel verschillende aspecten met Sherborne. Tijdens de oefeningen maken we gebruik van gesproken taal en gebarentaal om bijvoorbeeld te vragen of ze de oefening willen herhalen. De taalactiviteitenkaarten gebruiken we om oefeningen aan te geven en begrippen te verduidelijken.” Na drie kwartier worden de lessen afgesloten door op de matjes te liggen en rustige yoga-achtige oefeningen te doen.

 

“Een meisje kreeg meer vertrouwen in haar lijf en hierdoor ging ze ook meer praten”

Maria legt uit hoe Sherborne bijdraagt aan de taalontwikkeling: “Als je lichaamsbesef niet goed is of je ruimtelijke oriëntatie is beperkt, dan is het moeilijk om begrippen als ‘in en uit’ of ‘boven en onder’ te begrijpen. Door alles met je lichaam te beleven en te ervaren worden begrippen eigen gemaakt. De OC-methodiek van het kind (pictogrammen, TAK, spraakcomputer, gebaren, liedjes) wordt gebruikt om de ervaring in een afbeelding of gebaar om te zetten.” Op deze manier groeit het besef van het eigen lijf en de omgeving waardoor de taalbegrippen toenemen.

Daarnaast is het lichaamsbesef erg belangrijk voor het wijzen naar een picto op een kaart of computer of om gebaren te gebruiken” vult Inge aan. “Als je kijkt naar de motorische ontwikkeling, met name de handfunctie, dan leert een kind eerst zijn hand in te zetten en daarna zijn vingers. Door dit te oefenen tijdens de lessen, kunnen gebaren beter worden ingezet, zo gaat de communicatie ook vooruit.

Maria geeft een voorbeeld van een meisje uit de KLIN© groep van vorig jaar: “De eerste paar keren begon ze helemaal te trillen toen ze een koprol moest maken over de schouder van haar moeder. Door thuis te oefenen, ging het rollen al snel beter. Ze kreeg meer vertrouwen in haar lijf en is zindelijk geworden. Haar taalontwikkeling ging door Sherborne ook verder, ze ging meer praten. Het beoefenen van Sherborne heeft op heel veel gebieden effect.

In Sherborne zitten heel veel motorische en sensorische oefeningen (evenwicht, tast, lichaamsbesef, ruimtelijke oriëntatie, sociale gerichtheid). “Spraak is zeer verfijnde motoriek. In de ‘gewone’ motorische ontwikkeling, gaat de grof motorische ontwikkeling vooraf aan de fijn motorische ontwikkeling. De oefeningen tijdens Sherborne helpen bij de spraakontwikkeling”, vertelt Inge.

De samenwerking met Inge ervaart Maria als een heel natuurlijk samenspel: “Ik hoef Inge niet alles op taalgebied te vertellen, want er is ook een overlap in elkaars vak.” Inge: “Door de samenwerking tussen logopedie en fysiotherapie krijgt het kind een completer pakket aangeboden tijdens de Sherborne lessen. Daarnaast kunnen wij van elkaar leren, op deze manier kan ik vanuit de fysiotherapie kant de communicatie beter inzetten tijdens individuele therapie en andersom kan Maria als logopedist de motoriek inzetten.” Meestal leidt Inge de lessen en houd Maria het overzicht. Inge: “Ook maak ik de overgangen naar andere oefeningen. Maria geeft vaak aanvullingen door de TAK erbij te pakken. Of ze ziet dat een oefening er nog niet helemaal goed in zit en herhaalt het nog een keer.”

“Sherborne werkt goed omdat het een samenspel is van ouders, begeleiders en het kind”

Inge en Maria zijn beide enthousiast over het concept Sherborne. “Sherborne werkt zo goed omdat het een samenspel is van ouders, begeleiders en het kind. Het kind krijgt structuur en kan uiteindelijk voorspellen wat er gaat komen in een les, dit zorgt voor herkenning en rust. Op deze manier pak je het totaalplaatje aan. Als je een kind een taal wilt leren, dan moet je niet alleen taal aanbieden. Het begint met het vertrouwen in je lichaam en de ruimtelijke oriëntatie. Als je niet weet hoe jouw lichaam zich in de omgeving bevindt, dan zal je bepaalde begrippen niet leren. Je moet het eerst ervaren. Ook emotionele beleving komt aan bod en het samenwerken met een ander kind. Hoe los je het op als je je in de tunnel bevindt en je komt een ander kind tegen? Je wacht op elkaar en laat de ander voorgaan. Wat ze hier leren, kan van pas komen in heel veel situaties”, aldus Maria. “Kinderen gaan meer communiceren omdat ze bewogen worden. De basis zit in de motoriek en in de hersenen zijn de spraak en motoriek nauw verweven. Tegelijk met de oefeningen, geven we ook de gebaren erbij. De kinderen groeien en ze vullen elkaar aan”, laat Inge weten.

Dat de ouders meedoen tijdens de lessen ervaren Inge en Maria als heel prettig. “Op deze manier kunnen oefeningen beter uitgelegd worden. Als therapeut bouw je ook een band op met de ouders én de band tussen ouders en het kind wordt versterkt. Als de ouders bij de lessen zijn, zien ze ook hoe hun kind reageert en wat je het beste in zo’n situatie kan doen. Dit kunnen we ook wel uitleggen als we de ouders zien of ze telefonisch spreken, maar het zelf zien werkt het allerbeste”, legt Maria uit.

“Thuis wordt er makkelijker geoefend omdat de ouders hier ook meedoen”

Daarnaast kunnen de ouders de kleine stapjes in de ontwikkeling beter zien en er wordt thuis makkelijker geoefend omdat ze het ook regelmatig hier doen. Inge: “Sherborne boekt voor iedereen andere resultaten. Als je alleen tijdens onze lessen aan het rollen bent dan zal het minder snel gaan dan als je het ook in het weekend buiten op het gras oefent. Hoe meer er geoefend wordt, des te beter zijn de resultaten.

Maria en Inge zijn van mening dat er op iedere peuter- of kleuterschool Sherborne lessen gegeven zouden moeten worden. “De kleuters van nu spelen veel minder buiten, zeker in de grote steden zijn ze meer bezig met hun tablet. Daar zien we problemen in komen. Kinderen ontwikkelen zich wel visueel door de televisie en IPad maar motorisch en sensorisch blijven ze achter. Van sommige bewegingen weten ze wel hoe het eruit ziet (door wat ze allemaal zien) maar niet hoe ze het zelf moeten doen.

Maria en Inge zijn dan ook heel enthousiast over de vooruitgang die ze tijdens Sherborne boeken. “Sommige kinderen waren heel terughoudend in het begin, maar na een tijd zie je steeds meer initiatief (zowel in motoriek als in communicatie) vanuit het kind. Je ziet dat ze er steeds meer plezier in hebben en soms zien we ze weleens buiten een Sherborne les een oefening uit zichzelf doen. Dat zijn ontzettend mooie resultaten!

Lichaamsbesef is de vaardigheid om je lichaam van binnenuit te voelen.

 

In kunnen schatten hoe groot je lichaam is en of je bijvoorbeeld door die kleine tunnel kan kruipen.

Weten waar je lichaamsdelen zitten en wat je ermee kan doen.

Voelen hoe je je lichaamshouding aan kan passen zodat je bijvoorbeeld een koprol kan maken of net die bal nog kan vangen.

Alleen als je je lichaam goed kan voelen en kan inschatten, kan je op een bewuste en effectieve manier gebruik maken van je motorische mogelijkheden.

 

Gerelateerde Berichten