Leren communiceren met hulpmiddelen

Een nieuw schooljaar staat voor de deur, een nieuw jaar waarin kinderen hun taalvaardigheid verder ontwikkelen. Een kind ontwikkelt taalvaardigheid in interactie met volwassenen in zijn omgeving.Onderzoek wijst uit dat een zich normaal ontwikkelend kind gemiddeld 4380 uur aan spraakvoorbeelden krijgt voordat het zelf gaat praten rond de leeftijd van 18 maanden.Als een kind is aangewezen op ondersteunde communicatie (OC), zijn de voorbeelden van communiceren met hulpmiddelen meestal beperkt tot gemiddeld een uur per week tijdens therapie. 

Een kind dat is aangewezen op OC-gebruik heeft dan 84 jaar (!) nodig, voordat het dezelfde hoeveelheid voorbeelden heeft gekregen als een kind met een normale spraak- en taalontwikkeling.

Het stimuleren van de taalontwikkeling van kinderen met communicatief meervoudige beperkingen vraagt om extra inspanningen. Het kind moet vaak voorbeelden krijgen van het gebruik van OC-hulpmiddelen; niet alleen thuis, maar ook bij de kinderopvang, een bezoek aan de kinderboerderij enzovoorts.

Stichting Milo betrekt in een behandeltraject naast de ouders ook andere communicatiepartners van het kind, want communiceren doe je niet alleen. Communiceren met OC doe je met alle communicatiepartners in je sociale netwerk.

Woorden vinden over bewegen in PODD, Proloquo2Go, Grid voor iPad, Widgit, Snap+Core First en Score.

Oefening baart kunst

Voordoen is essentieel voor communiceren met hulpmiddelen. Bij Milo noemen we dat modelleren. Dat oefening kunst baart, bewijst Thijs. Hij maakt met zijn spraakcomputer zinnen, die steeds langer worden.

Met de spraakcomputer kan Thijs met iedereen communiceren wanneer hij dat wil en kan hij vertellen wat hij wil.

Modelleren houdt in dat we als communicatiepartner van Thijs onze gesproken taal ondersteunen met communicatiehulpmiddelen. Terwijl we praten, wijzen of tikken we de woorden aan op zijn spraakcomputer. Zo leert Thijs de betekenis van woorden, hij leert waar hij de woorden in het systeem kan vinden en hoe hij woorden kan samenvoegen om zijn boodschap over te brengen.

Zijn ouders en het behandelteam van Milo zijn trots op wat Thijs heeft bereikt en ... hij blijft zich ontwikkelen!

Milo & Lana prentenboeken

De interactieve Milo & Lana prentenboeken kunnen helpen om de communicatie te versterken tussen ouders en hun kinderen met zeer ernstige taalontwikkelingsstoornissen en meervoudige beperkingen.

Bij interactief en ondersteund voorlezen worden prenten met begeleidende tekst ingezet, handpoppen, begeleidende video’s met gebarentaal, animaties van de prenten en woordkaartjes.

Door deze aanpak kunnen ouders interactief en ondersteund voorlezen aan hun kinderen met ernstige beperkingen, iets dat met traditionele prentenboeken lastiger is.

Professor Hans van Balkom bespreekt hier de aanleiding voor de ontwikkeling van de prentenboeken.

Judith Stoep vertelt hier waar je op moet letten bij het voorlezen aan kinderen met een beperking.

Voorlezen bij het UMCG

Kinderen die worden opgenomen in het ziekenhuis, willen natuurlijk ook spelen en zich blijven ontwikkelen. Daarom mochten Milo & Lana maandelijks op bezoek komen om voor te lezen aan kinderen in het UMCG. Dat betekende veel plezier en interactie met elkaar en het bood een mooie afleiding van de minder leuke kanten van een opname.

Mirjam van Gent, Hoofd Pedagogische Zorg van het Beatrix Kinderziekenhuis:

Hoe ernstig ziek een kind ook is, een kind wil spelen en zich ontwikkelen. Dat is een natuurlijke behoefte. Bij de zorg voor zieke kinderen is het belangrijk om dit voor ogen te houden. Wij organiseren activiteiten die zijn gericht op ontspanning en plezier én activiteiten die de geestelijke en cognitieve ontwikkeling van de kinderen stimuleert. We zagen dat beide aspecten aan bod komen bij de wijze waarop Milo interactief en ondersteund voorleest.”