Horen, zien, zwijgen… de rol van waarneming in communicatie.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Het vermogen om te communiceren doet een beroep op een groep van tien onderling verbonden kerndomeinen in ons brein, waaronder waarneming. Wat is waarneming en hoe werkt dat bij Melle en Isa?

Het is zaterdag 3 maart 2018, een koude voorjaarsdag, het vriest. Ik wandel door een dennenbos, op weg naar de bevroren vennen. Ik voel de kou op mijn huid en ruik de naalden van de dennen om mij heen. De bomen staan dicht op elkaar en er komt maar op enkele plekken wat zonlicht tot op het pad. Na enkele stappen sta ik in het licht en voel ik de warmte. Ik blijf even staan, kijk naar enkele vogels in de lucht en hoor hun gekwetter. In de verte hoor ik een brommer, voor even, en dan is het stil. 

In onze omgeving zijn continu signalen – prikkels, informatie – aanwezig, eigenlijk te veel om ons bewust van te zijn. We nemen altijd en overal waar, bewust en onbewust. Dit kunnen we ook niet zomaar “uit” zetten. Iedere seconde komt er een gigantische hoeveelheid aan geluiden, gevoelens, beelden, geuren en smaken op ons af. Onze zintuigen zetten deze waarnemingen om in prikkels in onze hersenen.

Dat wat je waarneemt zet je over het algemeen aan tot een handeling of actie

We hebben vijf zintuigen aan de buitenkant van ons lichaam: zicht, tast, reuk, gehoor en smaak. Daarnaast hebben we ook nog twee belangrijke bewegingszintuigen, die minder vaak genoemd worden: het ervaren van de houding van ons lichaam in de ruimte (diepe druk) en het ervaren van bewegingen van je hoofd (evenwicht). Ook het waarnemen (voelen) van dat wat er in je lichaam gaande is (interoceptie) is een belangrijke, bijvoorbeeld het hebben van een hongergevoel. We hebben geleerd om bepaalde signalen te blokkeren en onze aandacht te richten op die prikkels waar we iets mee willen. We kiezen dus zelf, bewust of onbewust, om soms zintuigen ‘uit te schakelen’.

Dat wat je waarneemt zet je over het algemeen aan tot een handeling of actie. Dat is bijvoorbeeld het heel gericht kiezen van een bepaalde kant van het pad zodat je in het zonlicht loopt en de warmte kunt voelen. Of het steviger omdoen van je sjaal, omdat het wat koud is. Die samenwerking tussen de waarneming en de activiteit die daarop volgt noemen we ook wel sensomotorische integratie.

Adviezen op het gebied van waarneming gaan vaak over voorwaarden voor benadering of over het aanbod van activiteiten

Bij veel kinderen waar we bij Stichting Milo mee werken is er als gevolg van een functiebeperking, een hersenbeschadiging of genetische aandoening sprake van problemen met het waarnemen van al deze omgevingssignalen, het verwerken van die signalen en/of de sensomotorische integratie daarvan. Het in kaart brengen van de beperking, belemmeringen en vaardigheden van een kind op het gebied van waarneming geeft mij als behandelcoördinator veel informatie over de wijze waarop een kind activiteiten beleeft en waarom een kind op een bepaalde manier reageert. Gesprekken met vertrouwde personen rondom een kind, vragenlijsten, maar zeker ook observaties op diverse momenten, geven hierover veel informatie. Om de communicatie met en van kinderen te verbeteren is het zeker van belang om meer informatie te krijgen over de sensorische en sensomotorische integratie. Informatie die vervolgens richting geeft voor de adviezen in een behandeltraject.

Adviezen op het gebied van waarneming gaan vaak over voorwaarden voor benadering of aanbod van activiteiten. Zo had Melle problemen met het verwerken van veel prikkels tegelijkertijd, alle prikkels kwamen bij hem even hard binnen. Functioneren in een groep ging daardoor moeizaam. Hij liet, bij veel omgevingsgeluiden en veel visuele prikkels, externaliserend gedrag (zoals schreeuwen, schoppen, aan kleren of haren trekken) zien naar zijn groepsgenootjes en begeleiders en werd dan apart gezet, weg van geluiden en afleiding. Dit resulteerde er vervolgens weer in dat Melle prikkels op ging zoeken,  door hard te gaan wiebelen in zijn stoel en harde geluiden te maken. Door goed te kijken naar Melle en door een sensorisch integratieonderzoek middels het Sensory Profile* zagen we dat hij wel een bepaald minimum aan prikkels nodig had om alert te zijn, aandacht te hebben en zijn omgeving bewust te kunnen waarnemen. Hij zocht deze dus ook zelf op, maar tegelijkertijd moesten wij hem tegen zichzelf in bescherming nemen, omdat hij zelf de ‘rem’ als het ware niet kon bedienen. Door hem de mogelijkheden te geven om vanuit een afgeschermde ruimte, middels een opengewerkte deur, de rest van de ruimte en activiteiten te overzien, kwamen we tegemoet aan zijn behoeften. Er ontstond meer rust bij Melle en daardoor meer ruimte om te werken aan vaardigheden die hij nodig heeft om in contact te zijn met zijn omgeving. Maar wanneer die omgeving alleen maar overweldigend is, is daar letterlijk en figuurlijk geen ruimte voor.

 

*Sensory Profile

Stichting Milo gebruikt de Sensory Profile-NL (SP-NL) om te bepalen hoe goed kinderen sensorische informatie (kunnen) verwerken in alledaagse situaties. De vragenlijst wordt normaliter ingevuld door ouders, verzorgers en/of nauw betrokken professionals, over kinderen van 4 t/m 12 jaar, maar geeft ook een goed inzicht in de prikkelverwerking bij kinderen en jongeren met communicatief meervoudige beperkingen. Voor jongere kinderen kan ook gebruik gemaakt worden van de Infant and Toddler Sensory Profile. De antwoorden van ouders worden vergeleken met observaties en gesprekken met andere belangrijke communicatiepartners.

Er wordt op basis van dit beeld één profiel opgesteld waarin beschreven wordt hoe het gesteld is met de verwerking van auditieve, visuele, vestibulaire (evenwicht) en tactiele (tast) prikkels. Tevens wordt gekeken naar het gedrag op basis van informatie uit meerdere zintuigen. Met behulp van de SP-NL en aanvullende observaties kan bepaald worden voor welke zintuigen het kind valt in verschillende sensorische kwadrantanten:

  1. gebrekkige registratie, ofwel het onvoldoende waarnemen van prikkels,
  2. prikkelzoekend, ofwel het zelf continu op zoek gaan naar prikkels,
  3. gevoeligheid voor prikkels, ofwel de mate waarin bepaalde zintuiglijke informatie voor overprikkeling kan zorgen, en
  4. prikkelvermijdend, het bewust uit de weg gaan van bepaalde prikkels door het kind

 

 Isa zag zichzelf nog niet als ’los’ persoontje

Een ander voorbeeld is dat van Isa. Een teruggetrokken meisje dat uit zichzelf weinig contact maakt met anderen. Alles lijkt haar een beetje te overkomen en ze neemt nauwelijks initiatieven. Alleen in situaties die heel vertrouwd voor haar zijn en waarbij materialen gebruikt worden die ze heel interessant vindt, laat ze meer van zichzelf zien. Met elkaar zagen we dat Isa zichzelf nog niet als ‘los’ persoontje zag, ze ging helemaal op in haar omgeving. Het werd een belangrijk doel om haar wat meer te laten ‘aarden’. Dit deden we letterlijk door veel fysieke oefeningen, zoals Sherborne met haar te doen. Maar bovenal, haar laten ervaren en voelen wat ze doet, waar haar lijf is, hoe dat voelt en reageert op aanrakingen van voorwerpen en andere mensen. Een eerste verandering die we zagen bij Isa is haar blik op de wereld. Ze kijkt letterlijk meer de ruimte in, maakt meer en langer oogcontact en neemt vanuit dit contact ook kleine initiatieven om bijvoorbeeld een beweging nog een keer te maken of iets te initiëren. Langzaam komt ze los van de wereld om zich heen en wordt ze een eigen persoontje. Hierdoor ontstaan nieuwe kansen, zoals het ontdekken van eigen mogelijkheden en leren van nieuwe vaardigheden om die initiatieven concreter te maken en bijvoorbeeld te voorzien van taal.

Kijk hoe een kind zelf omgaat met de senso(moto)rische integratieproblemen die het ervaart

Hoewel er veel manieren zijn om aan waarneming te werken, is het ook van belang om heel goed te kijken hoe een kind zelf omgaat met de sensorische en sensomotorische integratieproblemen die het ervaart. Kinderen laten altijd gedrag zien waardoor ze prikkels kunnen sturen, opwekken of buitensluiten. Het kan zijn dat het kind zelf heeft geleerd om te gaan met situaties met te veel of te weinig prikkels, maar vaak resulteert dat erin dat er weinig ruimte is voor contact en communicatie. Senso(moto)rische integratie maakt dat je jezelf staande kunt houden in de wereld om je heen. Het maakt dat je om kunt gaan met alles wat daarin gebeurt én dat je erop kunt reageren door initiatieven te nemen. Het kerndomein waarneming en daarmee het bewust ervaren, filteren en sturen van de zintuigen is dan ook een belangrijk onderdeel van het werken aan communicatie bij Stichting Milo.  Het kunnen vertellen over en herbeleven van die prachtige voorjaarswandeling begint immers bij het bewust beleven van al die prikkels en daar iets bij voelen.

Gerelateerde Berichten